Waarom de Spaanse ñ eigenlijk een verdubbeld streepje is
Ik vroeg me al eens af waarom Spaans die ñ heeft en geen gewone dubbele n. Het antwoord ligt bij monniken die op perkament aan het besparen waren.
Ik vroeg me al eens af waarom Spaans die ñ heeft en geen gewone dubbele n. Het antwoord ligt bij monniken die op perkament aan het besparen waren.
Het woord quarantaine draagt zijn eigen tijdklok mee. Ik ging op zoek naar waar dat getal veertig vandaan kwam en kwam uit bij een haven, een pest en de bijbel.
Ik kwam een brief tegen uit 1536 waarin een Florentijnse koopman @ gebruikte voor iets heel anders dan e-mail. Vijfhonderd jaar handelsgeschiedenis, samengebald in een teken dat wij een apenstaartje noemen.
Het toetsenbord waar ik nu op typ, is ontworpen om mij trager te laten typen. Dat verhaal klopt maar half, en de rest is nog vreemder.
Er gaat een stukje rond over Egyptenaren die op steen sliepen. De helft klopt niet, en het stuk dat wel klopt is veel boeiender dan de versie die reist.
Ik keek naar de vaarroutes van Columbus en vroeg me af hoe ze dat konden. Het antwoord bleek de wind, niet de wiskunde. En het Nederlandse stuk van het logaritmeverhaal zit niet aan boord, maar in Gouda.
Tim Berners-Lee schreef in 1990 de server, de browser, HTML en HTTP zelf. In die browser kon je ook schrijven. Die eigenschap zijn we kwijtgeraakt, en dertig jaar lang aan het terugbouwen geweest.
Een admiraal met een mantel van grof geweven stof, een halve pint rum die te sterk was om mee te vechten, en een woord dat via de boksring in je ochtend belandde.
Overal lees je dat er een aantekening uit 1284 bestaat over 130 verdwenen kinderen. Die aantekening bestaat niet. Wat er wel is, is veel vreemder.
Aken, Sint-Jansdag 1374. Mensen komen de straat op, beginnen te dansen en stoppen niet meer. De beste ooggetuigen komen uit onze eigen contreien, en de verklaring die iedereen kent klopt niet.