Edward Vernon droeg aan boord een mantel van grogram. Grof geweven spul, zijde met mohair of wol, stijf gemaakt met gom. Waterafstotend, en blijkbaar zo herkenbaar dat zijn matrozen hem Old Grog noemden. Achter zijn rug, neem ik aan.
Op 21 augustus 1740 stuurde die Vernon vanuit Port Royal een order naar zijn kapiteins. Het dagelijkse rantsoen van een halve pint rum, ongeveer 284 milliliter aan zo’n 54 procent, ging niet langer puur de keel in. Voortaan aanlengen met een quart water, vier delen op één, en uitdelen in twee beurten: één voor de middag, één na de werkdag.
Het rantsoen zelf was niet nieuw. Rum werd al decennia uitgedeeld. Wat Vernon veranderde was de sterkte, en de reden staat in zijn eigen order: mannen spaarden hun tot op en gingen er dan in één keer door. Zijn formulering is omslachtig achttiende-eeuws, maar de kern is dat het hun gezondheid sloopt, hun leven verkort, en van redelijke mensen slaven van elke opwelling maakt.
De matrozen noemden het slappe goedje naar hem. Grog.
Het limoenverhaal klopt niet
Zowat elk verhaal over grog zegt dat Vernon er limoensap in deed tegen scheurbuik. Dat is een verkeerd gelezen zin uit zijn order. Wat er staat is dat bemanningsleden die goed huishouden met hun rantsoen zout vlees en brood, van dat uitgespaarde geld suiker en limoenen mogen kopen om het drinkbaar te maken. Op eigen kosten, voor de smaak.
Dat citrus iets met scheurbuik te maken had, wist in 1740 nog niemand. James Lind deed zijn proef in 1747 en publiceerde in 1753. De admiraliteit maakte citroensap pas rond 1795 verplicht. Vernon voer bovendien in de West-Indies, tussen eilanden waar vers fruit gewoon te krijgen was. Hij had het niet nodig als medicijn.
Let opDe bijnaam limeys voor Britse zeelui komt wel degelijk van dat citrusbeleid, maar dus van bijna zestig jaar later. En de limoen was eigenlijk een slechtere keuze dan de citroen: minder vitamine C, wat in de negentiende eeuw voor nieuwe scheurbuikgevallen zorgde bij bemanningen die dachten dat ze beschermd waren.
Van de rum naar de boksring
In 1770 verschijnt in The Gentleman’s Magazine een lijstje met tachtig manieren om te zeggen dat iemand te veel op heeft. Groggy staat erbij, met de uitleg dat het een West-Indische uitdrukking is: rum met water, zonder suiker.
Zestig jaar later verhuist het woord. Een bokser die na een klap staat te wankelen ziet eruit als een matroos na zijn tot, en vanaf ongeveer 1832 betekent groggy dus ook wazig en onvast zonder dat er drank aan te pas komt. Van daaruit is het gewoon blijven schuiven, tot in de zin die je zegt als je slecht geslapen hebt.
Dus ja. Wakker worden en groggy zijn is een rechte lijn naar een admiraal die zijn matrozen te dronken vond om te vechten, via de stof van zijn jas.
31 juli 1970
Het rantsoen hield stand tot in de twintigste eeuw. In 1824 gehalveerd naar een kwart pint, in 1850 teruggebracht naar een achtste. En dan, op 31 juli 1970, de laatste uitdeling. Black Tot Day. Er werden zwarte armbanden gedragen en op sommige schepen hield de bemanning een symbolische begrafenis voor de tot.
Tweehonderddertig jaar. Van een order die de matrozen als pesterij ervoeren tot een traditie die ze niet wilden loslaten.
VondstLawrence Washington diende onder Vernon in de Caraïben en noemde in 1740 de familieplantage naar hem: Mount Vernon. Het landgoed van de eerste Amerikaanse president is dus vernoemd naar de man die de rum aanlengde met water.