Slapen met je hoofd naar de horizon

Er gaat een stukje rond over Egyptenaren die op steen sliepen. De helft klopt niet, en het stuk dat wel klopt is veel boeiender dan de versie die reist.
[kwk_auteur]

Er passeerde een stukje over Egyptische hoofdsteunen. Stel je voor dat je vanavond je hoofd op een uitgehouwen steen legt in plaats van op een zacht kussen, dat soort opening. Leuk geschreven, en de helft klopt niet.

Het materiaal om te beginnen. Steen komt voor, zeker in het Oude Rijk, maar hout is over de hele Egyptische geschiedenis de norm. Daarnaast ivoor, albast, keramiek, faience, en bij Toetanchamon zelfs blauw glas met verguldsel. Het punt was nooit steen. Het punt was hard.

En hard is niet hetzelfde als ongemakkelijk. Een Egyptenaar sliep op zijn zij, en dan zit er tussen je slaap en het matras ongeveer een schouderbreedte lucht. Een hoofdsteun overbrugt precies dat gat. Hij vangt je hoofd net boven het oor op, niet je nek. Daarbij circuleert er lucht rond je schedel, wat in dat klimaat geen detail is, en blijft je gezicht een stuk boven de grond waar het kruipt.

Let opDat hoofdsteunen dienden om kapsels en pruiken te beschermen, wordt overal herhaald maar is een vermoeden, geen gedocumenteerde Egyptische reden. Het argument komt grotendeels uit vergelijking met hedendaagse Afrikaanse hoofdsteunen. Kan kloppen. Is niet bewezen.

Niet alleen voor de adel

Het virale stukje beweert dat de diepere betekenis iets was voor edelen en koningen. Dat is precies verkeerd om. De mooiste tekstuele vondst zit net bij een gewone werkman: een kalkstenen hoofdsteun in het British Museum, versierd met de god Bes, met daarop de naam van ene Qeniherkhepeshef uit Deir el-Medina, het arbeidersdorp bij de Vallei der Koningen. Negentiende dynastie. Een schrijver, geen prins.

Bes en Taweret staan op talloze van die dingen. Twee huisgoden die het kwaad uit de nacht hielden. Dat is geen elitesymboliek, dat is de Egyptische versie van een gewijd kruisje boven het bed.

Het woord doet het werk

Het Egyptische woord voor hoofdsteun is wrs (weres), verwant aan rs, ontwaken. Een meubel dat vernoemd is naar wakker worden. Daar zit de hele redenering al in.

Want een opgeheven hoofd was voor Egyptenaren een zonsopgang. De dode werd beschouwd als een slaper, en wat ’s ochtends omhoog komt, komt terug. Spreuk 166 van het Dodenboek hoort bij dat object en garandeert de dode dat zijn hoofd naar de horizon getild wordt en dat het hem nooit meer afgenomen kan worden. Onthoofding was namelijk het einde: wie zijn hoofd kwijt was, kon niet herboren worden. Vijanden werden onthoofd, precies daarom.

De hoofdsteun uit het graf van Toetanchamon maakt dat letterlijk. De steunpilaar is geen pilaar maar een knielende figuur, vermoedelijk Shu, god van de lucht, die de gebogen bovenkant op zijn schouders draagt zoals hij de hemel draagt. Op de basis twee leeuwen, wachters van de horizon. Je legt je hoofd op de hemel, tussen oost en west, en morgen kom je op. Er lagen er acht in dat graf.

VondstVanaf de Derde Tussenperiode werd het echte meubel in het graf vaak vervangen door een miniatuurversie, een amulet van een paar centimeter, gewikkeld in het mummieverband onder het hoofd. Bijna altijd in donkere steen: hematiet, obsidiaan, serpentiniet. Toetanchamon had er zelf ook zo een, in ijzer.

Dat is het verschil tussen het virale stukje en het echte verhaal. Het virale eindigt op “zou jij er een nacht op durven slapen”. Maar de Egyptenaar sliep er niet op omdat hij niet beter wist. Hij sliep op een stuk kosmologie dat toevallig ook zijn nek ondersteunde. Meer over die dubbele functie staat in een uitstekend essay van Jennifer Houser Wegner voor Glencairn Museum.

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd

De baby carrot is een grote wortel die afgeslepen is

Bedacht in 1986 om afgekeurde wortels alsnog te verkopen. Zo goed gelukt dat er intussen speciaal voor gekweekt wordt. En dat kettingmailtje over chloor klopt maar half.

Zweden wisselde van kant in tien minuten

Op 3 september 1967 stopte heel Zweden om tien voor vijf 's ochtends, wisselde van rijstrook en reed verder aan de rechterkant. Het werd meteen veiliger. Zes weken later niet meer.

Priemgetallen blijken toch een beetje bijgelovig

Priemgetallen zijn het schoolvoorbeeld van willekeur, tot twee wiskundigen ontdekten dat ze een voorkeur hebben voor wie erna komt. Geen foutje, gewoon iets dat niemand had gecheckt.