Het archief van Hamelen zegt minder dan iedereen denkt

Overal lees je dat er een aantekening uit 1284 bestaat over 130 verdwenen kinderen. Die aantekening bestaat niet. Wat er wel is, is veel vreemder.

Het bekendste bewijsstuk voor de rattenvanger is een huiveringwekkende notitie in het stadsarchief van Hamelen, uit 1284 zelf. Dat is wat je overal leest. Het klopt alleen niet.

Er bestaat geen enkele dertiende-eeuwse bron over die verdwijning. Geen. De oudste tekst die het verhaal vertelt is een bijschrift achteraan in een handschrift dat in Lüneburg lag: iemand heeft in een kroniek van de monnik Heinrich von Herford een stuk bijgeschreven, ergens tussen 1440 en 1450. Anderhalve eeuw na de feiten. Dat is niet het equivalent van een politierapport, dat is het equivalent van iemand die in 1880 opschrijft wat er in 1740 gebeurd zou zijn.

En dat bijschrift is wel degelijk een vreemde tekst. Een jongeman van een jaar of dertig, knap, goed gekleed, iedereen die hem zag keek naar hem. Hij komt over de bruggen de stad binnen langs de westpoort en begint op een zilveren fluit te spelen. Honderddertig kinderen volgen hem naar de oostpoort, de stad uit, tot aan de terechtstellingsplaats bij de Koppen. Daar verdwijnen ze. De moeders liepen van stad naar stad en vonden niets.

Geen ratten. Geen contract. Geen krenterig stadsbestuur dat weigert te betalen. Geen wraak. Alleen een man met een fluit en honderddertig kinderen die achter hem aan lopen richting de plaats waar de stad haar veroordeelden ophing.

Het bewijs schuift telkens naar voren

Interessanter dan het verhaal is wat er met het bewijs gebeurt zodra je erop duwt. Neem het glas-in-loodraam in de Marktkirche, dat overal wordt opgevoerd als de oudste getuigenis, van rond 1300. De wetenschappelijke uitgave van de Hamelse inscripties gaat daar niet in mee: het raam dateert naar alle waarschijnlijkheid pas uit 1572. De datering op 1300 komt van Hans Dobbertin, die zijn bronnenverzameling chronologisch ordende, en bij nader inzien blijken zijn drie oudste stukken alle drie verkeerd gedateerd.

De oudste opschrift op een huis in Hamelen dat de kinderuittocht vermeldt, is van 1525. De poortsteen die terugtelt naar het jaar 1284 is van 1556. Het gedicht dat zegt “het is honderd jaar geleden dat onze kinderen vertrokken” kennen we via een uitgave uit 1688, en dat het teruggaat op een origineel uit 1384 is niet hard te maken.

VondstElke keer als je een steen omdraait in dit dossier, verschuift de datum naar voren. Wat als een keten van bewijs uit de dertiende eeuw wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid een reeks bevestigingen uit de vijftiende en zestiende eeuw, die elkaar napraten.

De eigen tijdrekening

Dan dat detail dat het verhaal echt in de maag ligt: Hamelen zou zijn documenten jarenlang gedateerd hebben vanaf het vertrek van de kinderen, in plaats van vanaf de geboorte van Christus. Een stad die haar eigen jaartelling begint bij een gat.

Die bewering staat inderdaad in de bronnen. Het Lüneburgse bijschrift zegt het, en de kroniek van de graven van Zimmern herhaalt het rond 1565: Hamelen zou in al zijn brieven achter de gewone jaartelling nog eens vermelden hoeveel jaar het geleden was dat ze hun kinderen verloren.

Alleen: de bewaarde oorkonden doen dat niet. Een handvol draagt een blijkbaar later toegevoegde notitie over de kinderuittocht, maar die vermeldt telkens enkel het jaartal van de uittocht in de gewone kalender. En dan nog met verschillende jaartallen onderling. Nergens staat er “zoveel jaar na het vertrek van de kinderen”. De enige inscriptie die echt terugtelt is die poortsteen van 1556, met zijn 272 jaar.

Met andere woorden: de mooiste zin van het hele verhaal, die stad die haar tijd meet vanaf haar verlies, is zelf een verhaal. Iemand heeft het opgeschreven, iemand anders heeft het overgenomen, en wij herhalen het nog altijd.

De ratten kwamen driehonderd jaar later

De rattenplaag en de onbetaalde rekening zitten pas vanaf het midden van de zestiende eeuw in het verhaal. De kroniek van Zimmern zet de twee helften voor het eerst aan elkaar. De oudste tekst uit Hamelen zelf die het rattenmotief kent, is een rijmkroniek van Jobst Johann Backhaus uit 1589.

Waarom pas dan, terwijl de uittocht al meer dan een eeuw op gevels stond? Ik gok, en het is een gok die ook in de literatuur circuleert, dat een stadsbestuur dat zijn leverancier niet betaalt geen verhaal is dat je in steen laat kappen boven je voordeur. De verdwijning was tragisch. Het motief was gênant.

Wat wel overeind blijft

De Bungelosenstraße bestaat en het verbod bestaat. De stad Hameln houdt het zelf in ere: op die straat wordt niet gespeeld en niet gedanst, en zelfs bruiloftsstoeten leggen hun muziek stil tot ze aan de overkant zijn. Bungelos betekent zonder trom. Of dat verbod echt teruggaat op de middeleeuwen valt uit de bewaarde stukken niet te bewijzen, maar het is nog altijd een stad die al eeuwenlang een straat stil houdt.

En de verklaring die het meest hout snijdt, is niet het bovennatuurlijke. Na 1227, toen de Denen bij Bornhöved verslagen werden, ging het gebied ten oosten van de Elbe open voor Duitse kolonisatie. Bisschoppen en hertogen stuurden locatores op pad, ronselaars die jonge mensen naar het oosten lokten met beloftes van grond. De taalkundige Jürgen Udolph nam de familienamen die in het dertiende-eeuwse Hamelen voorkwamen en zocht waar ze elders opduiken. Ze clusteren in Prignitz en de Uckermark ten noorden van Berlijn, en in het oude Pommeren, nu Polen. Hij vond ook plaatsnaamparen: Beverungen bij Hamelen, Beveringen bij Pritzwalk, Beweringen in Polen.

Let opHet middeleeuwse woord voor kinderen betekende ook gewoon de jonge inwoners van een stad, de zonen en dochters ervan. De stad Hameln zegt dat vandaag zelf op haar site. De honderddertig kunnen dus minderjarigen geweest zijn, maar evengoed jonge volwassenen die vertrokken omdat de oudste zoon thuis alles erfde en er voor de rest niets meer te halen viel.

Dat blijft een hypothese. Naamkundig bewijs is suggestief, geen sluitend bewijs, en Udolph zelf heeft ook een studie geschreven waarin hij zich afvraagt of ze niet richting Moravië trokken. Van de Baltische staten die je soms leest, is geen sprake.

Wat me het meest bijblijft is niet wat er in 1284 gebeurd is, want dat weten we niet. Het is dat een stad tweehonderdvijftig jaar later nog steeds aan het rekenen was.

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd

De zwarte doos is oranje en heette eerst het Rode Ei

Fel oranje met reflecterende strips, want je moet dat ding terugvinden in een veld vol metaal. En toch heet hij al zestig jaar zwarte doos. Ik ben gaan kijken waar die naam dan wel vandaan komt.

Mythe of feit? Waarom piraten écht een ooglapje droegen

Piraten en hun ooglapje: was het voor een blind oog of voor beter zicht in het donker? Ontdek de verrassende waarheid achter deze piratenmythe.

De oudste tempel van Japan is nooit ooit ouder dan twintig jaar

In Ise wordt het belangrijkste heiligdom van Japan om de twintig jaar volledig afgebroken en ernaast opnieuw gebouwd. Het gebouw is altijd nieuw, de handeling is dertien eeuwen oud.