De eerste webcam ter wereld keek naar een koffiepot
Vijftien onderzoekers in Cambridge waren het beu om voor niets de trap op te lopen. Wat ze bouwden was 128 bij 128 pixels groot en werd per ongeluk geschiedenis.
Vijftien onderzoekers in Cambridge waren het beu om voor niets de trap op te lopen. Wat ze bouwden was 128 bij 128 pixels groot en werd per ongeluk geschiedenis.
Ik botste op twee cijfers die niet klopten, 56 en 58,7 microseconden per dag. Het verschil bleek interessanter dan het cijfer, en er wordt in oktober over gestemd.
Ik gebruik de term al jaren zonder te weten waar hij vandaan komt. Blijkt: uit een brief van 1778, over rook en zachtheid in het gebied van de Mohawk.
Ik vroeg me al eens af waarom Spaans die ñ heeft en geen gewone dubbele n. Het antwoord ligt bij monniken die op perkament aan het besparen waren.
Het woord quarantaine draagt zijn eigen tijdklok mee. Ik ging op zoek naar waar dat getal veertig vandaan kwam en kwam uit bij een haven, een pest en de bijbel.
Ik kwam een brief tegen uit 1536 waarin een Florentijnse koopman @ gebruikte voor iets heel anders dan e-mail. Vijfhonderd jaar handelsgeschiedenis, samengebald in een teken dat wij een apenstaartje noemen.
Het toetsenbord waar ik nu op typ, is ontworpen om mij trager te laten typen. Dat verhaal klopt maar half, en de rest is nog vreemder.
Er gaat een stukje rond over Egyptenaren die op steen sliepen. De helft klopt niet, en het stuk dat wel klopt is veel boeiender dan de versie die reist.
Ik keek naar de vaarroutes van Columbus en vroeg me af hoe ze dat konden. Het antwoord bleek de wind, niet de wiskunde. En het Nederlandse stuk van het logaritmeverhaal zit niet aan boord, maar in Gouda.
Tim Berners-Lee schreef in 1990 de server, de browser, HTML en HTTP zelf. In die browser kon je ook schrijven. Die eigenschap zijn we kwijtgeraakt, en dertig jaar lang aan het terugbouwen geweest.