Quarantaine. Ik gebruik het woord al mijn hele leven zonder er ooit bij stil te staan dat er letterlijk een getal in verstopt zit. Quaranta giorni, veertig dagen. Geen metafoor, geen vage tijdsaanduiding. Een concreet aantal dagen dat ergens is vastgelegd en is blijven plakken aan het woord zelf.
Het gaat terug naar Venetië, veertiende eeuw. De pest raasde door Europa en de havensteden rond de Adriatische Zee wisten dat schepen de ziekte meebrachten. Dus verplichtten ze schepen om voor anker te blijven liggen voor de kust, buiten de haven, tot duidelijk was dat er niemand aan boord ziek zou worden. Eerst was dat dertig dagen. Later werd het veertig.
Dat is het deel dat bleef hangen. Niet dat er een isolatieperiode was, dat snap ik, dat is logisch. Maar dat de duur van die periode geen medische basis had. Niemand had uitgerekend hoelang de pest incubeert. Veertig was gewoon een getal met gewicht. Het getal van de zondvloed, veertig dagen en nachten regen. Het getal van Jezus in de woestijn, veertig dagen vasten en beproefd worden. Mozes op de berg, veertig dagen. Het is een bijbels ritme, geen biologisch.
Dus die schepen lagen daar niet omdat wetenschappers hadden berekend wanneer het veilig was. Ze lagen daar omdat veertig een getal was dat als voldoende beproeving aanvoelde. Een periode die zwaar genoeg klonk om ernstig te zijn. De maatregel werkte waarschijnlijk toch, per toeval, omdat de meeste ziektes binnen die tijd wel zichtbaar worden. Maar het uitgangspunt was religieus, niet klinisch.
Ik vind dat een raar soort troost. Dat een woord dat we nu strikt medisch gebruiken, dat in coronatijd elke dag op het nieuws stond, zijn wortels heeft in een getal dat mensen kozen omdat het bijbels klonk. Geen laboratorium, geen studie. Een haven, een getal met gewicht, en een woord dat is blijven hangen tot vandaag.