Ik zat te zoeken waarom QWERTY eigenlijk QWERTY is, en het antwoord dat overal opduikt gaat zo: bij de eerste schrijfmachines zaten de letterhamers zo dicht bij elkaar dat ze in elkaar vast konden lopen als je te snel typte. Dus verzon iemand een lay-out die de meest gebruikte letters uit elkaar zette. Traag typen, minder vastlopen. Klinkt logisch. Klinkt als een schoon verhaal met een begin en een eind.
Alleen klopt het maar half. Onderzoekers die de originele patenten en machines hebben nagekeken, zien geen bewijs dat QWERTY effectief trager is dan een willekeurige andere indeling. Sommige veelgebruikte letterparen in het Engels zitten juist naast elkaar. Als het echt om vastlopende hamers ging, had je dat net moeten vermijden.
Wat er waarschijnlijker gebeurde: Christopher Sholes, de uitvinder, paste de lay-out een paar keer aan in overleg met telegrafisten, die de eerste grote klanten waren. Hun feedback ging over gemak bij het overtikken van morsecode, niet over hamers die vastliepen. Het mechanische probleem was er wel, maar de oplossing eromheen is grotendeels achteraf verzonnen. Een net verhaal dat beter bleef hangen dan de rommelige werkelijkheid.
En dan het echte punt: tegen dat de mechanische hamers geen probleem meer waren, elektrische schrijfmachines en later computers, had niemand nog een reden om QWERTY te houden. Er bestaan al meer dan honderd jaar alternatieven die sneller en efficiënter zouden zijn. Dvorak is de bekendste. Niemand is overgestapt. Niet omdat QWERTY beter is, maar omdat iedereen het al kende, en niemand zin had om als enige opnieuw te leren typen.
Dat is het deel dat bleef hangen. Niet de mythe over de hamers, maar het feit dat we een systeem al honderd jaar vasthouden om een reden die intussen is opgelost, en dat de echte reden om het te houden geen reden meer is. Gewoon gewoonte, die zichzelf in stand houdt omdat iedereen erop rekent dat iedereen erop blijft rekenen.
Ik typ dit nu op AZERTY. Zonder erbij na te denken 😉