Indian summer. Ik gebruik die term al jaren, meestal ergens in oktober, wanneer het buiten nog eens onverwacht zacht wordt en de terrassen weer vollopen alsof het juli is. Maar ik heb nooit stilgestaan bij waar dat woord eigenlijk vandaan komt. Blijkt: niet van hier.
Wat het meteorologisch is
Een Indian summer is een periode van ongewoon warm, droog en vaak zonnig weer in de herfst, meestal na de eerste nachtvorst of na een koude periode. Meteorologen noemen zoiets een weather singularity: een weertype dat rond dezelfde tijd van het jaar telkens terugkomt, jaar na jaar, zonder dat iemand het volledig kan verklaren.
De kenmerken zijn redelijk vast:
- Temperaturen duidelijk boven het seizoensgemiddelde voor de tijd van het jaar
- Zonnig en helder, vaak met iets heiigs of wazigs erbij
- Volgend op een koelere periode, dikwijls na de eerste vorst
- Meestal oktober of november, soms al eind september, soms later
In de VS houden ze het strikter: een warme, zonnige periode van enkele dagen tot ongeveer een week, na de eerste killing frost van het najaar. Die vorst is daar het scharnier. Geen vorst, geen Indian summer. Bij ons is het losser, wij plakken het label ook op een zachte week half oktober waar geen ijs aan te pas kwam.
Waar de naam vandaan komt
Noord-Amerika, late achttiende eeuw. De vroegst bekende schriftelijke vermelding staat in een brief van Michel-Guillaume-Jean de Crevecoeur, een Frans-Amerikaanse schrijver, gedateerd 17 januari 1778. Hij schreef over het gebied van de Mohawk.
a short interval of smoke and mildness, called the Indian summer
Michel-Guillaume-Jean de Crevecoeur, brief van 17 januari 1778Rook en zachtheid. Dat “smoke” slaat waarschijnlijk op de nevel die typisch is voor zo’n periode, al wordt er ook gedacht aan de rook van bosbranden of van het afbranden van velden.
Waarom precies “Indian”, daar bestaat geen sluitend antwoord op. Drie verklaringen worden het vaakst genoemd:
- Het fenomeen viel eerst op in gebieden die toen nog door Native Americans bewoond werden
- De inheemse bevolking zou het aan de Europese kolonisten beschreven hebben
- Het viel samen met de periode waarin er nog gejaagd kon worden en wintervoorraden aangelegd; die warme, droge, wazige dagen rekten die jachtperiode
Er loopt nog een vierde theorie mee: dat “Indian” bij kolonisten soms gewoon “onecht” of “nabootsing” betekende, zoals in Indian corn. Een Indian summer zou dan een namaakzomer zijn. Die verklaring is een stuk minder breed aanvaard, maar ze klopt wel verdacht goed met hoe zo’n periode aanvoelt.
Hoe de term hier geraakte
Europa had allang eigen namen voor hetzelfde weer. Bijna allemaal hangen ze vast aan een heilige of aan een datum, want dat was hier de manier om de kalender te onthouden.
Die oudewijvenzomer zou trouwens verwijzen naar de zwevende spinnendraden die je in die dagen overal ziet hangen, glanzend in de lage zon, als grijs haar. Geen idee of dat klopt, maar het is een schoner beeld dan de letterlijke lezing.
De Engelse term Indian summer verspreidde zich in de negentiende eeuw naar Europa, mee op de rug van de Amerikaanse literatuur, en later via media en weerberichten. Bij ons is het intussen vooral een kleurrijker synoniem voor nazomer geworden, met een vleugje romantiek of nostalgie eraan.
Wat me opvalt als ik al die namen naast elkaar leg: ze verwijzen bijna allemaal naar iets dat aan het eindigen is. De heiligen aan het staartje van de kalender, de laatste jacht voor de winter, oude vrouwen, namaak. Niemand noemt het een tweede lente.