Kerstavond 1914. Op verschillende plaatsen langs het westelijk front vallen de geweren stil, klimmen mannen over de rand van hun loopgraaf en wandelen ze het niemandsland in om sigaretten te ruilen met de mensen op wie ze die ochtend nog geschoten hebben. Dat verhaal klopt. Alleen niet overal, en niet helemaal zoals het intussen verteld wordt.
Wat stevig staat
De oorlog was op dat moment vijf maanden bezig. Iedereen had in augustus nog gehoord dat het tegen kerst gedaan zou zijn, en in plaats daarvan lagen ze in de modder tegenover elkaar. Historici schatten dat zowat 100.000 man op een of andere manier meededen, langs ongeveer twee derde van het frontstuk dat de Britten bezet hielden, een goeie vijftig kilometer. Die 100.000 is wel een bovengrens: andere schattingen beginnen bij 30.000. Getelde cijfers zijn er niet, alleen brieven en dagboeken.
Het begon meestal met zingen. De Duitsers zetten kaarsen en kleine kerstbomen op de borstwering, de overkant zong terug, en de volgende morgen liep men naar buiten. Geruild werd er tabak, drank, eten, knopen, mutsen. En in heel wat sectoren was het bestand niet in de eerste plaats feest maar werk: lichamen ophalen die al weken tussen de linies lagen, en die samen begraven.
Het lukte trouwens het best waar Britse eenheden tegenover Saksische regimenten lagen. Waarom precies is niet met zekerheid te zeggen, maar de Saksen komen in de verslagen opvallend vaak terug als degenen die begonnen te roepen.
De match
Hier begint het bijschaven. De beroemde 3-2 komt uit twee bronnen die verdacht goed op elkaar lijken. De ene is een anonieme brief van een Britse majoor in The Times van 1 januari 1915: een regiment zou een match gespeeld hebben tegen de Saksen en 3-2 verloren hebben. De andere is luitenant Johannes Niemann van het 133ste Saksische regiment, die een match beschrijft met petten als doelpalen en dezelfde uitslag. Alleen: op een andere plek, en zijn verhaal is pas in de late jaren zestig opgetekend, voor een BBC-programma. Twee keer 3-2 op twee verschillende plaatsen is ofwel toeval ofwel geheugen dat zich vergist.
Daar bovenop schreef Robert Graves in 1962 een gereconstrueerde versie van die match, mét de 3-2 en mét een verzonnen scheidsrechter die te veel christelijke naastenliefde toonde. Dat is literatuur, geen bron, maar het is wel mee de legende in gerold.
Wat historici wel aannemen: er is op verschillende plaatsen tegen iets gestampt. Een bal, een prop stro, een blik. Petten of mutsen als doelpaal, bevroren modder als veld, en waarschijnlijk vaker onder eigen troepen dan tussen de twee legers. Geen wedstrijd met ploegen, tijd en uitslag.
Let opKom je die 3-2 ergens tegen als vaststaand feit, dan weet je dat de schrijver het overgenomen heeft en niet nagekeken. Er bestaat geen enkel Brits eenheidsdagboek dat de match bevestigt.
En dan die ene foto die overal opduikt bij dit verhaal, soldaten die voetballen in een kaal landschap. Die is niet van kerst 1914.
VondstDe klassieke voetbalfoto bij het kerstbestand komt uit Salonika, in Griekenland, een jaar later. Zestienhonderd kilometer van Vlaanderen en niets met een bestand te maken.
Waar het niet gebeurde
De Fransen en Belgen deden veel minder mee. Logisch: het ging om hun eigen bezette land, en de bereidheid om de bezetter een sigaret aan te bieden lag lager. Waar er toch iets gebeurde, was het korter en formeler, vaker een afspraak over doden bergen dan een ontmoeting.
Elders werd gewoon doorgeschoten. Er zijn mannen gesneuveld op 25 december 1914, ook op stukken front waar een paar kilometer verder handen geschud werden. Er is ook minstens één verhaal van een bestand dat verkeerd afliep, met een scherpschutter en twee doden na elkaar.
Aan het oostfront was er sowieso geen equivalent: Rusland volgde nog de juliaanse kalender, dus daar viel kerst pas in januari.
Wat erna kwam
Het opperbevel schrok. Niet van de sentimentaliteit, wel van het idee dat soldaten die de vijand persoonlijk leren kennen, misschien beginnen na te denken. Op 29 december verbood het Duitse opperbevel elke verbroedering. Het oorlogsdagboek van de London Rifle Brigade noteerde begin januari dat informele bestanden moesten stoppen en dat elke officier of onderofficier die er een op gang bracht voor de krijgsraad zou komen.
Kerst 1915 werd bewust onmogelijk gemaakt. Batterijen kregen bevel om de dag met vuur te openen en de hele dag traag door te schieten, precies om contact te verhinderen. Toch gebeurde het nog, hier en daar. Een Britse compagniecommandant die zijn mannen doden liet begraven, kwam in januari voor de krijgsraad en kreeg een blaam. Haig heeft die nooit bekrachtigd, want hoe minder er op papier stond, hoe beter.
Wat me het meest opvalt aan het hele verhaal is niet de voetbal. Het zijn de begrafenissen. Twee legers die samen in het niemandsland staan, elk hun eigen doden ophalen, en dan een dienst houden waarbij aan beide kanten dezelfde psalm gelezen wordt in een andere taal. Dat is beter gedocumenteerd dan gelijk welke match, en het staat op geen enkel monument.
Het speelde zich trouwens voor een groot stuk hier af. Mesen, Wulverghem, de sector rond Ieper, Ploegsteert net over de provinciegrens in Henegouwen, Frelinghien net over de Franse. Op de plek waar UEFA in 2014 een monument neerzette voor die match die waarschijnlijk nooit een match was.