Gestel dus. Een dorp op een boogscheut van waar ik woon, in Berlaar, en toch zo'n plek die je je hele leven makkelijk niet ziet als je er niet toevallig komt wandelen. Wat wij zaterdag wel deden.
Veel is er niet. Een dorpsplein, een kerk, een handvol straten, een café, en verder geen winkel te bekennen. De rest is weiland, dijk en natuur, met de Grote Nete die er traag langs schuift. Dat klinkt als weinig. Het is net genoeg.
Ooit een eigen gemeente
Gestel is vandaag een deelgemeente van Berlaar, maar dat is het niet altijd geweest. Tot 1965 was het een zelfstandige gemeente, en met amper 248 hectare een van de allerkleinste van de provincie Antwerpen. Op één na de kleinste, om precies te zijn. Toen kwam de fusie met Berlaar, en de Gestelenaren konden daar naar verluidt niet meteen om lachen.
Je voelt nog waarom. Geen steenweg snijdt het dorp in twee, er rijdt enkel lokaal verkeer, en het plein voor de Sint-Lambertuskerk ziet er ongeveer uit zoals in de 15de eeuw, toen die kerk gebouwd werd. De schandpaal op datzelfde plein is jonger. Die staat er sinds 1779, en nog altijd intact.
Een rivier die twee kanten op kan
De rivier die er langs loopt is de Grote Nete. Die ontspringt ergens bij Hechtel, in Limburg, en zoekt van daar traag haar weg richting Lier. Daar vloeit ze samen met de Kleine Nete tot, simpelweg, de Nete. Het water heeft een roestbruine kleur. Geen vervuiling, gewoon ijzer uit de bodem.
Wat me het meest verraste: de Nete is hier nog een getijdenrivier. Eb en vloed reiken tot voorbij Gestel. Bij vloed kan het water dus de andere kant op stromen, landinwaarts in plaats van richting Lier. Je staat naar een rivier te kijken die niet helemaal zeker weet welke kant ze uit moet.
Twee kastelen voor zo'n klein dorp
Voor een dorp van een paar dozijn huizen heeft Gestel opvallend veel kasteel. Twee, om precies te zijn. Aan de ene kant het Gestelhof, een waterkasteel met sporen die teruggaan tot de 15de eeuw, ooit afgebrand in 1914 en daarna heropgebouwd. Aan de andere kant het Hof van Rameyen, ook een waterslot, met een dubbele slotgracht en een echte houten ophaalbrug. Binnen kan je geen van beide, het zijn privédomeinen. Maar van op de dijk en de dreven zie je er genoeg van.
Officieel stil
En dan is er nog dit. Gestel is sinds december 2017 een erkend stiltegebied, het negende van Vlaanderen. Dat is geen mooie woordkeuze van het gemeentebestuur, het is een echt label. Het betekent dat natuurlijke geluiden er de bovenhand halen op motoren en machines. Toen we er liepen klopte dat ook. Wat je hoort is water, wind, een vogel, en af en toe een hond.
Wil je er zelf gaan wandelen: vertrek aan de dorpskern, bij wandelknooppunt 11. Van daar volg je de dijken van de Grote Nete. Vlak terrein, grotendeels onverhard, ideaal voor een rustige namiddag.