Ik maak zelf granola. Niet uit principe, gewoon omdat de gekochte versie ofwel te zoet is ofwel te duur, en meestal allebei. Het nadeel: je hebt noten nodig. Veel noten.
Tot nu haalde ik die in de supermarkt. Zakjes van honderd gram, netjes naast elkaar in het rek, en telkens dacht ik dat het wel meeviel. Reken het een keer om naar kilo’s en het valt niet mee.
Dus vorige week voor het eerst besteld bij denotenshop.be. De prijs per kilo lag een pak lager dan wat ik gewoon was, maar het verschil dat ik niet had zien aankomen zat in de kwaliteit. Hele amandelen in plaats van halve brokken. Walnoten die niet naar karton smaken. Je merkt het pas als je het naast elkaar hebt liggen.
En het staat gewoon aan de deur. Klinkt banaal, maar dat is precies wat de drempel wegneemt om een grotere hoeveelheid te nemen.
Noten worden ranzig, en sneller dan je denkt. De vetten oxideren door licht, warmte en lucht. Koop je per kilo, doe dan wat je de komende weken gebruikt in een gesloten bokaal en de rest in de diepvries. Ze bevriezen niet hard, dus je kan er zo een handvol uithalen. Ontdooien hoeft niet.
Voor de granola rooster ik alles eerst droog in de oven, apart van de haver. Amandelen en hazelnoten hebben langer nodig dan pecannoten, en als je ze samengooit heb je gegarandeerd iets verbrand en iets bleek.
Wat me het meest verrast heeft: sinds ik per kilo koop, gebruik ik ze ook anders. Meer in salades, meer over yoghurt, meer gewoon zomaar. Zolang het per zakje ging voelde elke handvol als iets dat ik aan het opmaken was.
De volgende bestelling wordt groter. Dat weet ik nu al.
