Er ligt in Washington een schriftje met een mot in. Geplakt met plakband, plat, een grote nachtvlinder, met een datum ernaast en één zin eronder: first actual case of bug being found. Harvard, 1947, de Mark II. Het bevindt zich in de collectie van het Smithsonian National Museum of American History..
Het verhaal dat erbij hoort kent elke programmeur. Ze vissen een mot uit een relais, plakken hem in het logboek, en daarmee is het woord “bug” geboren. Grace Hopper vond hem, Grace Hopper bedacht het woord, en sindsdien debuggen we.
Twee derde daarvan klopt niet, en wat er overblijft is beter.
Het woord was er al zeventig jaar
Thomas Edison schreef in 1878 aan een medewerker over precies dit:
Bugs – as such little faults and difficulties are called – show themselves and months of intense watching, study and labor are requisite before commercial success or failure is certainly reached.
Thomas Edison, 1878
Bug als ingenieursjargon voor een klein mankement dat je niet meteen vindt. Dat was al gangbaar in de jaren 1870. Toen die mot in dat relais kroop, zei iedereen in dat gebouw dat woord al zijn hele carrière.
Herlees nu die zin uit het logboek met dat in je achterhoofd. First actual case of bug being found. Eerste werkelijke geval van een gevonden bug.
Dat is geen doopplechtigheid. Dat is een grap. Het hele plezier zit in dat ene woordje actual. Ze wisten allemaal wat een bug was, ze zaten er al maanden achteraan, en dit was de eerste keer dat er letterlijk eentje in zat. Iemand vond dat grappig genoeg om het beest te bewaren.
Wat me hieraan bevalt: het verhaal dat rondgaat maakt van een woordspeling een oorsprong. Dat is de omgekeerde beweging van wat er echt gebeurde. De grap werkt net omdat het woord al bestond. Vertel je hem als oorsprongsverhaal, dan haal je de pointe eruit.
En dan Grace Hopper
Zij werkte in 1947 aan de Mark II, dat klopt. Maar het Smithsonian zet er bij zijn eigen collectiestuk uitdrukkelijk bij dat dit logboek waarschijnlijk niet van haar was, en de beschrijving noemt geen namen bij wie de mot gevonden heeft. Het houdt het op “engineers”.
Let op. Ze heeft het woord niet bedacht en ze heeft de mot vermoedelijk niet gevonden. Maar draai het ook niet in de andere richting, want dat gebeurt tegenwoordig even hard: ze zat wel degelijk in dat team, en ze heeft niets vervalst. Wat ze gedaan heeft, is het verhaal vertellen. Jarenlang. Vaak. En goed.
Op een bepaald moment is het van haar geworden. Niemand die daar een beslissing over genomen heeft. Zo werkt overlevering gewoon: wie het verhaal het vaakst vertelt, wordt de hoofdpersoon. Dat is geen bedrog, dat is slijtage.
Nog twee dingen die me opvielen
Het eerste: de datum. Overal staat 9 september 1947, en die staat ook op de pagina zelf. De collectiepagina van het Smithsonian die ik ingekeken heb (via Perplexity) , noemt alleen het jaartal. Er circuleert daarnaast een versie met 1945, die uit latere navertellingen komt en niet uit het schriftje. Ik gok dat de dag klopt, maar ik heb hem niet uit twee onafhankelijke hoeken.
Het tweede: het ding ligt niet in de zaal. Het Smithsonian heeft het in de collectie, niet in de vitrine, en op de pagina staat gewoon “currently not on display”. Miljoenen mensen kennen dat schriftje van één foto. Het bekendste voorwerp uit de geschiedenis van de software, en het ligt in een lade.
Tip. Zoek die foto eens op en kijk niet naar de mot maar naar het handschrift. Er staan tijdstippen boven, notities van een gewone werkdag, en dan ineens dat zinnetje met het insect eronder geplakt. Het is een bladzijde uit een logboek, geen gedenksteen. Iemand had er die dag gewoon zin in.
foto: This file is a work of a sailor or employee of the U.S. Navy, taken or made as part of that person’s official duties. As a work of the U.S. federal government, it is in the public domain in the United States.
This file has been identified as being free of known restrictions under copyright law, including all related and neighboring rights