Ik kwam een lijstje tegen van tien AI-gewoontes “van highly productive people“. Bij elk punt een hoofdletter-belofte. Start before you’re ready. Batch your output. Boom. Done.
Ik las het, vond half het wel kloppen, half pose. En toen hield ik mijn eigen week ernaast. Niet om punten te scoren tegen het lijstje, gewoon om te zien wat ik effectief doe.
Dit heb ik eruit gehaald voor mezelf.
Niet meer vanaf nul beginnen
Dat klopt. Niet “wachten op het juiste moment” of zo melodramatisch, gewoon: ik open geen leeg blad meer voor een mail die ik niet wil schrijven. Ik typ een halve zin in een chat-venster, iets als “ik moet aan klant X uitleggen dat de oplevering een week schuift, professionele toon”, en ik krijg iets om op te corrigeren. Tien minuten in plaats van een uur staren.
Hetzelfde voor code. Een WordPress-hook waarvan ik weet dat hij bestaat maar de naam niet meer onthoud, vraag ik gewoon. Vroeger ging ik dat opzoeken in de codex, nu is de eerste vraag aan AI sneller en in negen op de tien gevallen klopt het.
Iets laten uitleggen in plaats van googlen
Ook waar, en eerlijk gezegd het ding waar ik het meest van hou. Ik bots op een PHP-fout in een plugin van een klant, kopieer die in een venster, vraag “wat zegt deze”. In drie zinnen heb ik wat tien Stack Overflow-threads me anders niet zouden geven: een uitleg in mijn eigen probleem-context, niet in dat van iemand anders.
De truc is wel om door te vragen. Het eerste antwoord is meestal te oppervlakkig of net wat ernaast. Vraag waarom, vraag dieper, geef de echte foutmelding. Dan komt het.
Voorbereiden op een gesprek
Voor een vergadering rond AI-beleid of een gesprek met een collega die kritisch is op AI: heel handig. Je gaat niet de kritiek zelf voorbereiden, je weet alleen welke kritiek je kan verwachten.
Het laatste stuk zelf doen
Dit is het belangrijkste punt uit het hele lijstje, en het wordt vaak als laatste vermeld alsof het een bijgedachte is. AI levert je ongeveer 80% van het werk. De laatste 20%, persoonlijkheid, context, wat je effectief denkt, die moet je er zelf in zetten.
Dat is geen tegenslag. Dat is het werk.
Als je dat overslaat krijg je dingen die overal hetzelfde klinken. AI-tekst herkennen mensen op een halve seconde, vooral als ze er zelf veel mee werken. Het signaal is niet “fout” of “slecht”, het signaal is “dit zou ook door iemand anders geschreven kunnen zijn”. En dat is in negen op tien gevallen net niet wat je wil.
Wat ik niet doe
Vijf LinkedIn-posts in één sessie schrijven, dat voelt mechanisch en je merkt het ook aan de posts. Eén idee opsplitsen in vier kanalen, dat is content-machine-denken, niet schrijven. Een blogpost herschrijven tot mail tot Twitter-thread tot Instagram-carrousel, mijn lezers zijn niet zo dom dat ze hetzelfde idee vier keer in vier vormen nodig hebben.
En ergens in het lijstje stond “they don’t sit on problems“. Tja. Soms moet je iets net wel even laten zinken. AI inzetten om uit elke stilte te ontsnappen is geen productiviteit, dat is paniek.
Wat ik er overhoud
AI is bij mij meer een werkbank dan een lopende band. Het helpt me beter te beginnen, niet sneller te eindigen. Het scheelt me het lege scherm aan het begin van iets, en het scheelt me het uitzoeken van dingen waar ik geen vakkennis van nodig heb maar wel het antwoord op moet weten.
De claim dat sommige mensen er “twee tot drie keer meer mee gedaan krijgen” durf ik niet hard te maken. Wat ik wel zie: ik schrijf en bouw vandaag dingen die ik vroeger had laten liggen omdat ze te veel opwarmtijd vroegen. Niet meer werk in dezelfde tijd. Wel meer afgewerkte dingen in plaats van halve plannen.
Dat verschil is misschien klein, maar over een paar maanden voel je het.