Je staat recht om iets te halen. Je loopt naar de andere kamer. En op de drempel is het weg.
Er bestaat een naam voor: het deureffect. En er hoort een verklaring bij die zo mooi sluit dat je ze meteen gelooft. Je geheugen zou werken in gebeurtenissen, en een deur is een grens tussen twee gebeurtenissen. Wat je in de vorige kamer van plan was, hoort bij de vorige gebeurtenis, en wordt dus opgeruimd.
Ik heb die uitleg zelf al een paar keer aan tafel verteld. Met overtuiging.
Het onderzoek klopt, en toch
Het werk erachter is echt. Gabriel Radvansky en collega’s publiceerden er rond 2010 en 2011 over, met vervolgstudies daarna, en het wordt sindsdien massaal geciteerd. Er is niets verzonnen.
Maar in 2021 deed een ander team het grondig over. Vier experimenten: een keer in virtuele realiteit met een bril op, een keer in virtuele realiteit terwijl de deelnemers tegelijk moesten terugtellen, een keer passief kijkend naar video van een gang, en een keer gewoon wandelend door een echte gang met echte deuren.
Zonder die extra opdracht erbij: geen effect. Kijkend naar een video: geen effect. Echt wandelen door echte deuren: geen effect.
Alleen in dat ene geval, waar het werkgeheugen al bezet was door dat terugtellen, ging het mis. En dan nog op een specifieke manier: niet dat ze minder herkenden, wel dat ze meer dingen meenden gezien te hebben die er niet waren.
De titel van dat artikel is meteen de beste samenvatting: deuren veroorzaken niet altijd vergeten.
Dat maakt het verhaal beter, niet slechter
De eerste neiging is om te denken dat het effect dan wel onzin zal zijn. Dat is de andere kant van dezelfde fout. Het effect is er, alleen precies onder de voorwaarde die we in de populaire versie hadden weggelaten.
En eerlijk, die voorwaarde maakt het verhaal net juister. Je vergeet niet waarvoor je naar de keuken ging omdat je door een deur liep. Je vergeet het omdat je hoofd al vol zat toen je opstond. De deur is de gelegenheid, niet de oorzaak.
Dat klopt ook met wat je zelf merkt: op een rustige zondag loop je vijf kamers door en weet je nog perfect dat je een schaar zocht. Op een dag waarop drie dingen tegelijk lopen, ben je het kwijt voor je de gang uit bent.
Let op. Eén herhaling is geen laatste woord, zeker niet met zesentwintig tot vijfenveertig deelnemers per experiment. En trek dit niet door naar geheugenklachten of dementie, wat in populaire stukken graag gebeurt. Daar gaat het hier niet over.
Waarom ik dit een fijn stuk vind
Gisteren schreef ik over de fiets die bijna niemand correct kan tekenen. Dat ging over hoeveel minder we weten dan we denken. Dit gaat over iets anders: over hoe snel we een verklaring aannemen zodra ze klikt.
Want dat is wat er gebeurde. De uitleg met de gebeurtenisgrenzen voelt af. Ze heeft een mechanisme, ze heeft een woord, ze verklaart iets dat we allemaal herkennen. En precies daardoor stopt het denken.
Het klikken zelf bewijst niets. Dat is het vervelende. Een goed sluitende uitleg voelt exact hetzelfde aan als een juiste uitleg, en er is geen inwendig alarm dat het verschil maakt.
Ik ga het dus nog altijd aan tafel vertellen. Maar nu met de voorwaarde erbij.