Op 28 januari 1754 zat Horace Walpole een brief te schrijven aan zijn vriend Horace Mann, en hij had eigenlijk niets te melden. Mann had hem een portret van Bianca Cappello gestuurd, Walpole was daarna toevallig op het wapenschild van de familie Cappello gebotst, en dat vond hij zo’n aangenaam soort vondst dat hij er een woord voor verzon. Serendipity.
Hij legt het in diezelfde brief uit. Hij had ooit een verhaal gelezen over de drie prinsen van Serendip, die “altijd ontdekkingen deden, door toevalligheden en scherpzinnigheid, van dingen waar ze niet naar op zoek waren”. Zijn voorbeeld uit die brief: een van de prinsen leidt af dat er een muildier langs de weg gepasseerd is, blind aan één oog, omdat het gras alleen aan de linkerkant afgegraasd was.
Serendip is een oude naam voor Sri Lanka, via het Arabische Sarandib, en daarachter zit het Sanskriet voor “eiland van de Sinhalezen”. Het verhaal zelf kwam via een Italiaanse druk uit 1557 in Europa terecht, gedrukt in Venetië.
Tot zover de etymologie, en die is leuk maar niet waarom ik erover schrijf. Het punt zit in wat er daarna gebeurde. Of beter: in wat er tweehonderd jaar lang níét gebeurde.
Tussen 1754 en 1958 is dat woord in totaal ongeveer honderdvijfendertig keer in druk verschenen. Honderdvijfendertig. In twee eeuwen. Dat is minder dan één keer per jaar. In de jaren negentig alleen al stond het zo’n dertienduizend keer in de Engelstalige kranten.
Een deel van de verklaring is banaal en daarom net goed: Walpole heeft het in een privébrief gezet, en zijn brieven zijn pas in 1833 gepubliceerd. Het woord heeft tachtig jaar in een la gelegen voor iemand anders het überhaupt kon lezen. Daarna sukkelde het nog een eeuw rond in voetnoten en in woordenboeken, tot de wetenschap het ergens in de twintigste eeuw nodig bleek te hebben, als naam voor iets wat onderzoekers permanent overkomt en waar geen methode voor bestaat.
Let op. “Serendipiteit betekent gewoon geluk hebben” is de versie die je overal tegenkomt, en er is precies de helft van weg. Walpoles definitie heeft twee onderdelen: accidents én sagacity. Toeval én scherpzinnigheid. In het verhaal ontdekken die prinsen niets zomaar, ze lezen sporen langs de weg en leiden af wat er gepasseerd is. Dat is geen geluk, dat is Sherlock Holmes vóór Sherlock Holmes bestond. De scherpzinnigheid is er in het dagelijks gebruik uitgevallen, en dat is precies het stuk dat het woord de moeite waard maakte.
- serendipity – vondst door toeval én door scherp kijken (Walpole, 1754)
- sagacity – scherpzinnigheid, het verdwenen halfrond van de definitie
- Serendip – oude naam voor Sri Lanka, via het Arabische Sarandib
- The Three Princes of Serendip – het verhaal achter het woord, in Europa geraakt via een Venetiaanse druk uit 1557
Er bestaat trouwens een heel boek over de reis van dit ene woord. Robert Merton, de socioloog die ook “self-fulfilling prophecy” en “rolmodel” heeft gemunt, schreef het samen met Elinor Barber. Hij schreef het in de jaren vijftig. Het is pas in 2004 in het Engels verschenen, na zijn dood. Een studie over hoe een woord de wereld in reist, die zelf een halve eeuw op de plank is blijven liggen. Dat is te mooi om in een voetnoot te zetten.
Tip. Zoek eens welke gewone woorden een plaatsnaam in zich dragen zonder dat iemand het nog hoort. Bougie komt van Bejaia, mayonaise waarschijnlijk van Mahon, faience van Faenza. Serendipiteit hoort in dat rijtje, alleen draagt het een eiland mee waar het verhaal niet eens vandaan komt.
Het woord voor de gelukkige toevalstreffer heeft dus zelf tweehonderd jaar op zijn toevalstreffer gewacht. Ik vind dat het beste argument om iets op te schrijven ook al leest niemand het.