Ergens bij Reggio Emilia staat een gebouw met prikkeldraad eromheen, klimaatregeling binnen, en rekken van twintig hoog. Wat erin ligt is geen goud. Het zijn wielen Parmigiano Reggiano. Elk van ongeveer zesendertig kilo, en er liggen er honderdduizenden.
Credito Emiliano aanvaardt sinds 1953 kaas als onderpand. De kaasmaker brengt zijn verse wielen binnen, krijgt zestig tot tachtig procent van de waarde meteen uitbetaald, en de bank bewaart het pand terwijl het ligt te rijpen. Twaalf maanden minstens, vaak vierentwintig of zesendertig. Personeel van de bank reinigt de wielen, keert ze, beklopt ze om te horen of er geen barst in zit, en proeft ze.
Ik las het eerst als een grap. Een kaasbank, hihi. Maar het is geen grap, het is een sluitende oplossing voor een echt probleem.
Geld dat drie jaar in een rek ligt
Een kaasmaker betaalt alles vooraf. De melk, het stremsel, de arbeid, de zaal. En hij heeft pas twee of drie jaar later iets dat hij mag verkopen, want voor die tijd is het geen Parmigiano Reggiano. Zijn hele bedrijfskapitaal staat dus in een rek te wachten.
Elke andere sector zegt dan: neem een lening. Alleen, wat geef je als waarborg als je enige bezit een kelder vol kaas is die je niet mag aanraken? Precies daar zit de vondst. De bank neemt de waarborg zelf in bewaring, en lost daarmee twee dingen tegelijk op: de boer krijgt zijn geld, en de bank kan de kwaliteit van haar eigen onderpand bewaken.
Een onderpand dat aangroeit
Wat me het langst is blijven hangen, is de omkering die erin zit. Bij een gewoon onderpand – een auto, een machine, een bestelwagen – is het risico dat het ding minder waard wordt terwijl de lening loopt. Hier gebeurt het omgekeerde. De kaas rijpt. Hoe langer hij in dat rek ligt, hoe duurder hij wordt.
Het is zowat het enige onderpand ter wereld dat vanzelf aangroeit. Harvard maakte er een casestudie over, en de zin die daarin blijft plakken is dat het rijpen werkt als geld op een rekening met intrest.
Let op. Je leest soms dat je bij deze bank “met kaas kan betalen”, of dat kaas er “als geld” geldt. Dat klopt niet. Het is een pandlening: de wielen zijn waarborg, geen betaalmiddel. Wie niet terugbetaalt, verliest zijn kaas – hij koopt er geen brood mee.
De thermostaat
Er is intussen een keerzijde die niemand in 1953 had zien aankomen. De hittezomers van de voorbije jaren dreven het koelverbruik van die magazijnen met ongeveer dertig procent op, en koeien die te warm hebben geven minder melk. Een kluis vol kaas blijkt ook een kluis met een thermostaat, en die staat op de elektriciteitsrekening.
Wij vinden het intussen doodgewoon dat waarde iets is dat op een scherm staat. Een getal, een saldo, een lijn die beweegt. En dan ligt er in Emilia-Romagna een half miljoen keer zesendertig kilo waarde te wachten in een rek, en moet iemand ze elke keer omdraaien.