Een grote rode ballon. Een rode grote ballon. De tweede klinkt fout, en je weet meteen dat hij fout klinkt, en je kan waarschijnlijk niet zeggen waarom.
In het Engels is dat effect nog sterker, en daar is het ook uitgeschreven. Bijvoeglijke naamwoorden staan er in een vaste volgorde, en die gaat zo:
- mening (lovely)
- grootte (little)
- leeftijd (old)
- vorm (rectangular)
- kleur (green)
- herkomst (French)
- materiaal (silver)
- doel (whittling)
Achter elkaar geeft dat de zin waarmee dit rijtje bekend geworden is: a lovely little old rectangular green French silver whittling knife. Onhandig, maar niet fout. Verwissel er twee, en elke Engelstalige hoort onmiddellijk dat er iets scheef staat. Ook al heeft niemand hem die volgorde ooit geleerd.
Ik kwam die lijst tegen bij Mark Forsyth, in The Elements of Eloquence, en dat is de versie die de laatste jaren overal opduikt. In Engelstalig taalonderwijs bestaat er iets bijna identieks onder de naam royal order of adjectives. Twee rijtjes, apart ontstaan, zo goed als hetzelfde.
En dan de nuance die er meestal afvalt
Want zoals dat gaat met zoiets: hoe verder het rondgaat, hoe strakker het wordt. De virale versie zegt dat je als een zot klinkt als je van die volgorde afwijkt. Merriam-Webster, dat er geen enkel belang bij heeft om taal mooier voor te stellen dan ze is, zet daar een streep door. Het is een sterke neiging, geen wet. Er zijn zinnen genoeg, ook negentiende-eeuwse, waarin grootte vóór mening staat. Nadruk gooit de volgorde om. Duidelijkheid ook.
Let op. Hun eigen vuistregel vind ik trouwens eleganter dan het rijtje van acht: zet het bijvoeglijk naamwoord dat het meest op een zelfstandig naamwoord lijkt, het dichtst bij het zelfstandig naamwoord. Een whittling knife is bijna één woord. Silver zit daar vlak tegenaan. En lovely, dat over jou gaat en niet over het mes, staat het verst weg.
Dat is meteen ook waarom het geen willekeurige lijst is die je van buiten moet leren. De volgorde loopt van wat jij ervan vindt naar wat het ding werkelijk is. Hoe dichter bij het zelfstandig naamwoord, hoe minder discussie mogelijk. Over lovely kan je ruziemaken, over silver niet.
Bij ons dan
Ik heb geen taalkundige die me dit voor het Nederlands bevestigt, dus dit is een vraag en geen bewering. Maar probeer het eens. Een oude houten Vlaamse kast. Een Vlaamse houten oude kast. De tweede kan je uitspreken, en je zal ook begrepen worden, maar er kraakt iets.
Wat me hieraan bevalt, is niet de regel zelf. Het is dat je hem al jaren feilloos toepast zonder hem ooit gezien te hebben. Hij zit niet in een boek dat je gelezen hebt, hij zit in je oor. Je merkt zijn bestaan alleen wanneer iemand hem breekt, en zelfs dan kan je alleen zeggen dat het raar klinkt.
Eén ding nog, want het duikt altijd in dezelfde stukken op en het is iets anders: big bad wolf. Dat je niet bad big wolf zegt, heeft niets met deze volgorde te maken maar met klank, met de i die voor de a komt bij dat soort herhalingen. Tick tock, ping pong, flip flop. Ander verschijnsel, ander artikel.