Vier voet acht en een halve duim, ofwel 1.435 millimeter. Ongeveer zestig procent van alle spoorlijnen ter wereld ligt op die maat, en er is geen enkele logische reden waarom iemand ze zou kiezen. Het is precies het soort getal waar vanzelf een verhaal bij komt.
Dat verhaal bestaat, en het is goed gemaakt. Het gaat zo: de Amerikaanse spoorbreedte komt van de Engelse, de Engelse van de karrensporen in Engeland, die sporen van Romeinse strijdwagens, en de breedte van een Romeinse strijdwagen is de breedte van twee paardenkonten naast elkaar. Conclusie van de kettingmail die hier al sinds de jaren negentig mee rondgaat: de zijraketten van de spaceshuttle zijn uiteindelijk ontworpen naar de achterkant van een Romeins paard.
Schone klim. Alleen klopt er niks van.
De echte herkomst is veel kleiner, en daarom veel beter. George Stephenson bouwde zijn locomotieven voor de kolenmijn van Killingworth bij Newcastle. Daar lagen de platen vijf voet uit elkaar, hart op hart. Toen die vervangen werden door ijzeren rails van ongeveer vier duim breed, bleef er tussen de binnenkanten vier voet acht over. Geen ontwerp dus, gewoon wat er overbleef.
Die maat sleepte Stephenson mee naar Hetton, naar de Stockton and Darlington in 1825, en naar de Liverpool and Manchester in 1830. Daar deed hij er een halve duim bij, want de wielen klemden in de bochten. Vier voet acht en een halve duim. In 1846 koos een Britse commissie die maat als standaard, en niet omdat ze de beste was: er lag acht keer zoveel kilometer van als van de eerstvolgende.
Daar zit voor mij het eigenlijke weetje. Een standaard is zelden de beste oplossing. Meestal is het gewoon de oplossing die er al het meest lag.
Let op. Er zit wel een zandkorrel waarheid in het Romeinse verhaal, en die is de moeite. Een kar getrokken door twee paarden naast elkaar is ongeveer anderhalve meter breed, en dat is al duizenden jaren zo. Romeinse wagens en Engelse kolenkarren lijken dus op elkaar, maar niet door overerving. Door het paard. Snopes noemt het verhaal vals met de nuance dat het toevallig klopt, om oninteressante redenen. De spaceshuttle-claim is apart weerlegd: de boosters zijn niet door tunnelmaten bepaald.
Wat ik er niet bij verwacht had, is hoe dicht dat Engelse mijnspoor bij ons ligt. Op 5 mei 1835 reed tussen Brussel en Mechelen de eerste trein van het Europese vasteland. Tweeëntwintig kilometer met een stop in Vilvoorde, negenhonderd genodigden in dertig rijtuigen, en drie locomotieven: De Pijl, De Olifant, en eentje die gewoon Stephenson heette. De man zelf was uitgenodigd. De gangbare verklaring waarom onze treinen vandaag nog links rijden, is precies dat: we hebben het Engelse model overgenomen tot en met de rijrichting.
Tip. Zoek eens op waarom Spanje en Rusland bewust een andere spoorbreedte kozen. Dat is een heel ander soort verhaal, met veel meer politiek erin.
Ondertussen rijdt de trein naar Oostende op een maat die is overgebleven tussen twee rails in een Engelse kolenmijn. Ik vind dat veel raarder dan dat paard.