Er is een parabel die ik gisteren hoorde. De Mexicaanse visser. Misschien ken je hem al, maar hij is het waard om weer eens neer te schrijven.
Een rijke zakenman is op vakantie in een klein Mexicaans vissersdorp. Hij ziet een visser terugkomen met een paar mooie vissen en vraagt waarom die niet langer op zee blijft om er meer te vangen. De visser zegt: dit is genoeg voor mijn gezin. Ik slaap uit, vis wat, speel met mijn kinderen, doe een siesta met mijn vrouw, en ’s avonds drink ik iets met vrienden en speel ik gitaar.
De zakenman ziet meteen het probleem, of wat hij denkt dat het probleem is. Je zou langer kunnen vissen, zegt hij. Meer verdienen, een grotere boot kopen, personeel aannemen, een hele vloot uitbouwen. Naar de beurs gaan. Rijk worden.
En daarna dan, vraagt de visser?
Dan, zegt de zakenman, kun je met pensioen gaan in een klein vissersdorp. Uitslapen, wat vissen, met je kinderen spelen, siesta houden met je vrouw, en ’s avonds iets drinken met vrienden.
Waarop de visser eigenlijk alleen maar kan zeggen: maar dat doe ik nu al.
Wat me hierin telkens raakt is niet zozeer de moraal, die is duidelijk genoeg. Het is de omweg. De zakenman schetst een route van jaren werk, risico en groei, en die route eindigt precies op het punt waar de visser vandaag al staat. Het hele plan is een lange lus terug naar het begin.
De makkelijke lezing is: ambitie is dom, blijf waar je bent. Maar zo simpel zit het niet, denk ik. De zakenman heeft niet ongelijk dat groei iets oplevert. Hij heeft ongelijk over wat hij denkt dat het uiteindelijk oplevert. Hij verwart de omweg met het doel.
En misschien is dat de eerlijkste kant van het verhaal: dat je de visser pas kunt zijn als je weet wat je wil. De visser heeft niet minder ambitie, hij heeft alleen al beslist waar de lus eindigt. Hij is gestopt met de omweg omdat hij het einde al herkent.
De moraal die meestal aan dit verhaal hangt: succes is niet altijd meer werken, meer groeien, meer bezitten. Soms is het gewoon beseffen dat je al leeft zoals je uiteindelijk hoopt te leven.
En voor mij is klopt dat verhaal best. Ik werk maar zorg dat ik ook genoeg bezig kan zijn met andere dingen: vrienden, familie, koken, dartsdingen organiseren,…