Een postbode dus. Rudolph Hass, geboren in Milwaukee in 1892, school afgemaakt tot het tiende jaar en daarna gaan werken. In 1925 las hij een tijdschriftartikel met een tekening van een avocadoboom waar dollarbiljetten aan hingen. Dat beeld bleef plakken. Met al zijn spaargeld plus een lening van zijn zus kocht hij anderhalve are boomgaard in La Habra Heights.
Het plan was nochtans niet bijzonder. De Fuerte was toen de beste avocado op de markt, dus Hass wou gewoon zijn jonge bomen omenten naar Fuerte. Hij huurde een enter, drie zaden per gat, en de sterkste van elk drietal kreeg een Fuerte-ent opgezet. Bijna alle enten pakten. Op één na.
Die ene boom weigerde. De enter probeerde het opnieuw, weer niets. Hass was het beu en wou hem omhakken. Maar de enter, een zekere Caulkins, zei dat het een sterke boom was en dat hij hem beter gewoon liet staan om te zien wat er kwam.
Wat er kwam, was de avocado die je vandaag in elke winkel ligt.
De boom groeide rapper dan de Fuerte-enten, droeg vroeger vrucht, groeide recht omhoog in plaats van breeduit, en het fruit smaakte volgens de familie minstens even goed. Hass nam wat avocado’s mee naar zijn collega’s op het postkantoor in Pasadena. Die wilden er meer kopen. Een zakje van vier of vijf voor een dollar, en een dollar was in die tijd zowat het dagbudget voor eten van een heel gezin. Avocado’s waren toen iets voor de rijken.
In 1935 liet Hass zijn boom patenteren. Plant Patent No. 139, een van de eerste plantpatenten in de Verenigde Staten. Hij tekende een akkoord met een kweker, Harold Brokaw, die de boompjes mocht produceren. Hass zou een kwart van de opbrengst krijgen. Op papier ziet dat er goed uit.
In de praktijk was het patent zo lek als een zeef. Een kweker kocht één boompje bij Brokaw, en entte daarmee vervolgens zijn hele boomgaard om. Eén aankoop, honderden bomen, en Hass zag van die honderden niets. Over de volledige looptijd van het patent, zeventien jaar, hield hij er minder dan vijfduizend dollar aan over.
En dan komt het deel dat het verhaal echt wrang maakt. Hass legde in 1948 een boomgaard van tachtig are aan in Fallbrook. Die droeg zijn eerste oogst in 1952, exact op het moment dat zijn patent afliep. Een maand na het verlopen kreeg hij een hartaanval. Een maand later stierf hij, zestig jaar oud. Hij werd begraven op de drieënvijftigste verjaardag van zijn vrouw.
Zij leefde nog tot haar achtennegentigste. Niet van avocado-royalty’s, maar van het pensioen van zijn postbodejob.
Vondst. De oorspronkelijke moederboom in La Habra Heights bleef staan tot 2002. Toen ging hij dood aan een schimmel. Vijfenzeventig jaar lang stond daar de ene boom waar zo goed als elke Hass-avocado ter wereld een rechtstreekse kloon van is. Niet een afstammeling met gemengd zaad, een kloon. Elke keer dat je er een opensnijdt, eet je in zekere zin een stukje van diezelfde boom uit 1926.