Toen ik klein was bakte mijn vader Brusselse wafels en kleine wafeltjes (bewaarwafels). Waarom ze deze kleine wafeltjes bedacht hebben met zo’n naam is me een raadsel. Je hoeft die helemaal niet te bewaren want die zijn direct op.
Daarom mijn recept (van mijn vader zaliger) van deze super lekkere bewaarwafels.
- 500 gr zelfrijzende bloem
- 250 gr gewone bloem
- 400 gr witte suiker
- 300 gr boter
- 2 pakjes vanillesuiker
- 6 eieren
– Doe de bloem in een kom en roer de suiker en vanillesuiker hieronder
– Smelt de boter maar zorg dat deze niet te heet is
– Scheid de eieren en klop alvast het eiwit tot schuim
– Doe de boter en eierdooiers bij de bloem en de suiker
– Meng dit tot een dikke massa
– Doe hierna het opgeklopte eiwit erbij maar zeker niet meer mixen. Spatel het eiwit erdoor tot alles is opgenomen
Laat het deeg ongeveer 20 minuten rusten in een warme omgeving. Dek de pot af met een handdoek of iets dergelijks.
Bakken doe je uiteraard in een wafelijzer. Maak balletjes van het deeg en duw dit voorzichtig in je wafelijzer. Bak totdat de wafels een mooie lichtbruine kleur krijgen. (als ze te donker gebakken zijn worden ze te droog).
Smakelijk.
Bewaren (is dus niet nodig, trust me) doe je in een afgesloten doos met wat keukenpapier op de bodem.