In het onderzoek van Judson Brewer kregen rokers niet de opdracht te stoppen. Ze mochten roken. Ze moesten alleen goed opletten terwijl ze het deden. Een van de deelneemsters kwam terug met de vaststelling dat het naar bedorven kaas rook en naar chemicalien smaakte.
Ze wist natuurlijk al lang dat roken slecht voor haar was. Dat is niet waarom ze stopte. Ze stopte omdat ze het eindelijk in haar lijf voelde in plaats van in haar hoofd. Brewer noemt dat de stap van kennis naar wijsheid, en het klinkt zweverig tot je ziet waar het vandaan komt.
Aanleiding, gedrag, beloning
Het mechanisme eronder is oud. Zie eten, eet eten, voel je goed, herhaal. Je brein slaat op waar het lekkers zat en hoe je er geraakte. Dat is een van de oudste leerprocessen die we hebben, en het werkt.
Alleen: op een bepaald moment ontdekt datzelfde brein dat de truc breder inzetbaar is. Voel je je rot, eet dan iets zoets. Wil je erbij horen, steek dan een sigaret op. Dezelfde lus, andere aanleiding. Het signaal komt niet meer uit je maag maar uit je stemming.
En dan is er de prefrontale cortex, het jongste stuk brein, dat intellectueel snapt dat dit een slecht idee is. Dat is het deel dat wilskracht levert. Het is ook het eerste deel dat afhaakt zodra je moe of gestresseerd bent. Precies op het moment dat je het nodig hebt, staat het licht uit. Iedereen kent dat: roepen tegen wie je graag ziet terwijl je op dat moment al weet dat het niet gaat helpen.
Nieuwsgierigheid als betere beloning
Wat Brewer doet is niet de lus bevechten maar hem hergebruiken. Je vervangt de beloning. In plaats van “drang, toegeven, opluchting” wordt het “drang, kijken wat er gebeurt, en merken dat kijken ook aangenaam is”.
Het interessante is wat je dan ziet. Een drang blijkt geen monoliet te zijn. Het is spanning, benauwdheid, rusteloosheid, en die dingen komen op en zakken weer weg. Beheersbare brokjes in plaats van een golf die over je heen gaat. Je wordt, zoals hij het noemt, een soort onderzoeker van je eigen ervaring die benieuwd is naar het volgende datapunt.
Dat is een fundamenteel ander vertrekpunt dan je inhouden. Je hoeft jezelf niet tegen te houden als je gewoon minder zin krijgt.
Vondst. De hersenregio die volgens zijn onderzoek oplicht, is niet de regio van de drang zelf. Het is de regio die actief wordt wanneer je in de drang verstrikt raakt en meegesleurd wordt. Het verschil tussen iets voelen en erin zitten, blijkbaar meetbaar.
Let op. De cijfers komen uit zijn eigen lab, en “twee keer beter dan de standaardtherapie” is precies het soort resultaat dat in vervolgstudies vaak kleiner wordt. Ik neem de mechanica ernstiger dan de effectgrootte.
Waar het bij mij landt is niet bij roken maar bij de kleinere reflexen. De hand die naar de telefoon gaat zonder dat er een beslissing aan te pas komt. Het tabblad dat opengaat op het moment dat een taak precies iets te veel weerstand geeft. Dat is dezelfde lus, alleen met een beloning die zo klein is dat je hem nooit bewust registreert.
De test is dan ook klein: die drang eens laten staan zonder hem te bestrijden, en kijken wat hij eigenlijk is. Meestal blijkt hij binnen dertig seconden vanzelf weg te zijn, wat op zich al vervelend genoeg is om te weten.
De talk staat op YouTube en duurt negen minuten.